woensdag 11 juli 2018
 

Geschreven door Sanne Paaij.

 

De laatste festivaldag van Sjock 2018 bewijst dat punk nooit doodgaat

Gisteren kon je lezen hoe we de eerste, zonovergoten, dag van Sjock 2018 hebben beleefd. Ook op zondag 8 juli stijgt het kwik tot tropische hoogte en kunnen we genieten van onder andere Pennywise en Descendents. Er wordt voor verkoeling gezorgd door bezoekers met waterpistolen en de organisatie geeft twee glazen water voor de prijs van één. Hieronder lees je ons verslag van de laatste dag van Sjock 2018. 

De uitvinding van punkrock
De dag begint vroeg vandaag, want om 12:30 uur staat This Means War! klaar op de Main Stage. Op het podium staan vijf mannen gehuld in poloshirts en met kaalgeschoren koppen. Deze Vlamingen spelen punkrock met oi!-invloeden en hebben goed geluisterd naar bands zoals Cock Sparrer, The Clash en Social Distortion. Zoals de band zelf zegt: “Wij hoeven punkrock niet opnieuw uit te vinden, we willen gewoon een perfecte mix maken van de muziek van onze helden“. Dit is ook precies wat This Means War! doet. Het is zeker niet vernieuwend, maar het klinkt wel ontzettend strak. De band speelt meerdere covers, zoals The Old Firm Casuals‘ “Off With Their Heads” en “Maradona” van The Business. Tijdens de laatste tracks komen meerdere kids in This Means War! T-shirts het podium op en wordt het aanwezige publiek getrakteerd op een flexisingle van de band.

Waterpistolen in de pit
Punkliefhebbers kunnen vandaag hun hart ophalen, want de rest van de dag staan er meerdere grootheden op de Main Stage. De Zweedse punkrockers van No Fun at All trappen iets voor 15:00 uur af met de bekende track “Believers”. Ondanks dat de Main Stage een buitenpodium is en het publiek vol in de brandende zon staat, wordt er direct een moshpit opgestart. No Fun at All bracht afgelopen april zijn nieuwe studioalbum “Grit” uit en trakteert de toeschouwers op een aantal nieuwe tracks, waaronder de single “Spirit”. Maar zoals het meestal gaat bij bands die al zo lang meedraaien, reageert het publiek toch echt sterker op de oudere nummers. No Fun at All trekt het in 1995 uitgebrachte album “Out of Bounds” daarom uit de kast en speelt onder andere “Perfection”, “Out of Bounds” en “In a Moment”. Het gaat flink los in de pit, maar gelukkig hebben meerdere mensen waterpistolen meegenomen die zorgen voor verkoeling. Ondanks dat de drummer meerdere malen problemen heeft met zijn drumkit, zet No Fun at All een set neer die loopt als een trein. Tijdens “Catch Me Running Round” is de eerste circlepit van de dag een feit en als No Fun af All zijn set afsluit met hit “Master Celebrator” verklaart hij deze punkdag officieel voor geopend. 

Krijsen op het podium
Het lijkt er even op dat iedereen is gaan schuilen voor de zon, want als Nick Oliveri’s Death Electric Band om half vijf aftrapt, staan er verbazingwekkend weinig mensen voor het podium. Zodra de eerste noten worden aangeslagen verschijnen er mensen vanuit de schaduw en beginnen hun hoofden mee te knikken met de aanstekelijke tonen. Frontman Nick Oliveri werd onder andere bekend als bassist van Kyuss en Queens of the Stone Age, maar doet het sinds hij uit laatstgenoemde band werd ontslagen lekker zelf. Oliveri heeft momenteel meerdere projecten, maar speelt vandaag op Sjock 2018 dus met zijn Death Electric Band. Tijdens de track “Endless Vacation“, is het rauwe stemgeluid van Oliveri goed te horen en breekt er een pit los in het publiek. Dit is helaas van korte duur, want de show duurt slechts een klein halfuurtje. Als de bandleden het podium verlaten, weten de toeschouwers dan ook even niet wat te doen. Beduusd blijven de meesten staan en dat loont, want Oliveri verschijnt weer op de bühne. Hij laat weten dat de rest van de band geen zin heeft om verder te spelen en hij daarom “acapella” verder zal gaan. De frontman schreeuwt vervolgens de longen uit zijn lijf en kruipt krijsend over de grond. Het is een bijzonder tafereel om te zien, maar wel een perfect einde.

Bier en punkrock!
Op het kleinste podium van Sjock, de Bang Bang Stage, staat vanavond Captain Kaiser. Deze band uit de Kempen speelt punkrock zoals het hoort: zonder poespas en keihard. De naam alleen al is superpunk: het is namelijk afgeleid van het biermerk Kaiser. De band heeft een Amerikaanse sound en heeft goed geluisterd naar bands als The Flatliners, Iron Chic en Hot Water Music. Het is dat zanger Sascha Vansant af en toe in een Vlaams accent “Dansen!” roept, waardoor het duidelijk is dat de jongens uit de buurt komen. En dansen wordt er zeker gedaan, zodra Vansant laat weten dat er nog maar twee tracks gespeeld zullen worden gaat het los. De eerste crowdsurfers liggen direct bovenop de menigte en één persoon weet het zo gek te maken dat hij surfend op een picknicktafel het podium bereikt. Captain Kaiser speelt tegen het einde van de set zijn single “Quebec” en dit zou zomaar eens het punkrockanthem van dit weekend kunnen zijn.

Beste band op aarde
Om 18.15 uur is het tijd voor The Dwarves. Er staat een bekend gezicht met een basgitaar op het podium: Nick Oliveri speelt namelijk ook in deze punkrock-‘n-roll band! Frontman Paul “Blag Dahlia” Cafaro is, zoals altijd, gekleed in een blauwe spijkerbroek, rood hemd en leren handschoenen en loopt over het podium alsof hij de stoerste man ter wereld is. Tussen de nummers door roept hij regelmatig dat The Dwarves de beste band op aarde is en zet dit statement kracht bij door de track “The Dwarves Are Still the Best Band Ever” te spelen. Het publiek lijkt het met hem eens te zijn en geeft veel liefde terug. De security wordt vandaag voor het eerst echt aan het werk gezet en moet regelmatig crowdsurfers opvangen. Dit komt van twee kanten, want ook Cafaro springt op een gegeven moment het publiek in om een stukje te surfen. The Dwarves sluit af met “We Must Have Blood” en verlaat het podium met veel noise en distortion uit de boxen. Cafaro blijft nog even hangen en ontvangt zijn applaus met open armen.

Punkrock wordt niet oud
De zon heeft inmiddels zijn kracht verloren en verstopt zich achter de Main Stage. Pennywise is hier echter om de boel weer wakker te schudden en trapt zijn set af met “Fight Till You Die“. Zoals het hoort bij een goede punkrockshow breekt de pit meteen los en gaan de vuisten de lucht in. Frontman Jim Lindberg pakt al snel de camera van een fotograaf en zet het publiek op de foto. Ook al draait Pennywise al flink wat jaren mee, de band vindt het nog steeds belangrijk om contact te maken met zijn toeschouwers. Tijdens “Fuck Authority” maken de heren het zichzelf echter wel heel gemakkelijk en laten de fans gewoon het woord doen. De hitte in de moshit loopt snel op, maar gelukkig voor de moshers heeft een klein jochie, zittend op vaders’ schouders, een goedgevuld waterpistool meegenomen. Het kind spuit de menigte nat en zorgt ervoor dat niemand hoeft te stoppen met dansen.

Pennywise bracht in april nog een album uit: “Never Gonna Die“, en trakteert de toeschouwers op de nieuwe track “Live While You Can“. Gitarist Fletcher Dragge roept het publiek op om een grote circlepit te starten. De circlepit vormt zich uiteindelijk om een lichtmast, die zo’n tien meter van het podium vandaan staat. Nadat de band zijn versie van het in 1961 uitgebrachte Ben E. King nummer “Stand By Me” heeft gespeeld, is het tijd voor de afsluiter. Zoals gewoonlijk is dit “Bro Hymn“. Je zou denken dat Pennywise het inmiddels wel gehad heeft met dit nummer, maar toch wordt het vol overgave gespeeld. Het is fantastisch om te zien hoeveel plezier de heren hier nog steeds in hebben. Dragge heeft voor de gelegenheid een veel te klein hemd van het Belgische voetbalteam aangetrokken en zo neemt Pennywise op een waardige manier afscheid.

Een intieme set met de afsluiter van vanavond
Het is vanavond aan Descendents de eer om de Main Stage op Sjock 2018 af te sluiten. Nadat frontman Milo Aukerman een praatje maakt over het feit dat we op het platteland zitten en de eerste track eigenlijk niet gespeeld kan worden, barsten de mannen toch los in “Suburban Home“. Wat volgt is een perfecte mix van nummers die afkomstig zijn van de zeven studioalbums die Descendents door de jaren heen uit heeft gebracht. Het gaat allemaal in rap tempo en zonder teveel poespas tussendoor. De band krijgt het uiteindelijk voor elkaar om er maar liefst 29 tracks doorheen te jassen in slechts een uur tijd. Niet slecht als je bedenkt dat Aukerman en kompanen de leeftijd van vijftig jaar al even geleden gepasseerd zijn. Het publiek is constant in beweging en zingt mee met tracks zoals “Get the Time” en “Nothing With You“. Want hoe punk iedereen vanavond ook is, af en toe een liefdesliedje tussendoor moet toch ook gewoon kunnen.

In vergelijking met gisteren is het wel opvallend rustig vanavond, maar stiekem is dat helemaal niet erg. Het voelt daardoor als een intieme show en Descendents neemt deze kans dan ook aan om een beetje gek te doen. De mannen spelen opvallende tracks zoals “I Wanna Be A Bear“, “I Like Food” en “Coffee Mug“, die stuk voor stuk nog geen 45 seconden duren. Aukerman loopt over het podium met een bidon in een heuptasje, waar hij af en toe een slokje uit neemt. De plastic flesjes water die voor hem klaarstaan op het podium voorziet hij van een sportdop en spuit hij leeg over het publiek. Ondertussen vermaakt hij zich opperbest. Het maakt Descendents eigenlijk ook niet uit waar hij staat, zelfs na ruim dertig jaar in deze opstelling te spelen hebben de heren er nog altijd zin in. Nadat de show wordt afgesloten met de track “Descendents“, blijft drummer Bill Stevenson met een grote glimlach achter zijn drumkit zitten. Hij kijkt tevreden om zich heen en straalt uit wat iedereen hier vanavond heeft gevoeld.

Deel dit bericht met je vrienden op WhatsApp:

Laat een reactie achter:


Spotify playlist